Info over diverse houtsoorten

Hout; oeroud én innovatief, geen materiaal dat zo met duurzaamheid wordt geassocieerd als hout. Het voelt vertrouwd en wordt al sinds de prehistorie door de mens gebruikt. Hier vind je meer informatie en inspiratie over houtsoorten.

Neem contact op
Sapin
  • licht tot roodbruin-geel kernhout, wit tot geelachtig wit spinthout;
  • een van de meest toegepaste houtsoorten;
  • geschikt voor binnen en buiten (mits verduurzaming);
  • matig tot weinig duurzaam hout.

Herkomst
Grenen is de commerciële naam voor Pinus sylvestris. Grove pijn is de juiste Nederlandse naam, al wordt ook vaak grove den gebruikt. De meeste Pinus-soorten komen uit het noordelijke halfrond. Al vind je ze ook in Chili, Brazilië, Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland, Midden- en Zuid-Europa, …

Uitzicht
De takken groeien in kransen om de stam. Het groeigebied is enorm verspreid: afmetingen en kwaliteiten verschillen dus behoorlijk. De boom wordt zo’n 35 meter hoog, met een diameter tussen 30 en 50 cm. De stam is recht en cilindrisch, en takvrij tot ongeveer 10 meter.

Kleur en tekening
Het kernhout is licht tot roodbruin-geel. Het spinthout is wit tot geelachtig wit. Allebei worden ze donkerder na blootstelling aan licht. De kwasten zijn bruin, redelijk groot en verspreid in kransen.
Op dosse heeft het een duidelijke vlamtekening, op kwartier een streeptekening. Op dosse ziet u vaak heel fijne streepjes op het tangentiële vlak: dat zijn de harskanaaltjes. Harsconcentraties herkent u als donkere vlekken. Meestal is de draad recht en de nerf (matig) fijn.

Duurzaamheid
Het kernhout is matig tot weinig duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse III-IV), het spint is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V).

Kwaliteit
Grenen wordt visueel of machinaal gesorteerd, op basis van verschillende criteria. Wordt het bijv. voor schrijnwerk gebruikt? Dan gelden esthetische normen. Dient het dan weer voor constructie? Dan tellen andere criteria.
De belangrijkste normen voor sortering naar uitzicht zijn de Scandinavische exportregels, de Antwerpse sortering en de EN 1611-1. De STS 04 bepaalt de regels voor visuele sterktesortering. NBN EN 14081 is vanaf 1 september 2009 de referentie voor CE-markering van constructiehout.

Droging en vochtgehalte
Versgezaagd hout moet snel onder de 20% gedroogd worden, om blauwschimmel en rot te vermijden. Grenen droogt goed en snel, maar er is toch wat risico op scheuren of verkleuren bij hoge temperaturen.

Bewerking en behandeling
Grenen is prima te boren, frezen, schuren, spijkeren, schroeven en te lijmen. Het hars hecht zich soms aan de schaafmessen: af en toe ontvetten is de boodschap. Heeft het hout een laag vochtgehalte? Pas dan uw schaafsnelheid aan om uitspringende kwasten te vermijden. Het kernhout is moeilijk, maar het spint net gemakkelijk te verduurzamen. Na hittebehandeling is grenen perfect voor toepassingen in weer en wind. De meubelindustrie loogt en bleekt ook het hout.

Toepassingen

  • daktimmerwerk
  • vloerbalken
  • gevelbekleding
  • dakspanten
  • trappen
  • wanden
  • plafonds
  • vloeren
  • keukens
  • kasten
  • verpakkingen (kratten, kisten, paletten)
  • lijstwerk
  • schroten voor plafonds en wanden
  • panelen
  • schermen, hekken, paaltjes, schuttingen voor de tuin
  • plaatmateriaal (spaanplaat, multiplex, MDF, OSB)
Grenen
Gemiddelde volumieke massa* 320-800 kg/m³
(gemiddeld 500 kg/m³)
Radiale krimp 60 tot 30% r.v.** 0,5 %
90 tot 60% r.v.** 0,5 %
Tangentiële krimp 60 tot 30% r.v.** 1,1 %
90 tot 60% r.v.** 1,3 %
Werken 60 tot 30% r.v.** 1,6 %
90 tot 60% r.v.** 1,8 %
Buigsterkte 79 N/mm²
Elasticiteitsmodulus 11.000 N/mm²
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) 47 N/mm²
Schuifsterkte 7,5 N/mm²
Hardheid (Janka) – Kops 3330 N
Hardheid (Janka) – Langs 2940

* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte

Sapin
  • vurenhout is het hout van de fijnspar – niet van de den;
  • zowel inlands als ingevoerd;
  • witachtig tot crèmekleurig kern- en spinthout;
  • niet duurzaam hout, wel stabiel en elastisch;
  • gebruikt voor binnentoepassingen zoals deurlijsten, vloeren en meubels.
  • licht én sterk, en dus uiterst geschikt voor structuren en zelfs vliegtuigbouw;
  • geschikt voor heel uiteenlopende toepassingen: van elektriciteitspalen en masten, over constructiehout (spanten, structuren …), tot bekisting;
  • grondstof voor plaatmateriaal en papier;

Herkomst
Vurenhout is het hout van de fijnspar. Dat is de commerciële naam voor de botanische soorten Picea abies of Picea excelsa, die behoort tot de familie van de Pinaceae. België commercialiseert zowel inlands als ingevoerd vurenhout uit Zweden, Finland, Rusland, Polen, Tsjechië en de Baltische staten.

Fijnspar is geen den
In het dagelijkse taalgebruik wordt de fijnspar vaak verward met de den (Pinus sylvestris). Dat wordt nog in de hand gewerkt door de vaak gebruikte benaming Abies – zoals die van het dennengeslacht. En door de benaming ‘Witte Noordse Den’ waarmee Zweden, Finland en Rusland de fijnspar uitvoeren. In de Jurastreek staat de fijnspar bekend als faux sapin (valse dennen) en in de Vogezen als gentil sapin.

Kwaliteit
Vurenhout sorteren volgens de kwaliteit kan op twee manieren:

  • Sortering naar uitzicht

De sortering naar uitzicht is louter beschrijvend en vermeldt niets over de toepassing van het hout. Ingevoerd gezaagd hout wordt gesorteerd naar uitzicht. Afhankelijk van de herkomst gelden verschillende sorteringregels.

Vurenhout uit Zweden en Finland
Hiervoor volgt België ‘Noords hout: sorteringsregels voor gezaagd grenen en vuren’, ook bekend als ‘het Scandinavische groene boekje’. Dat onderscheidt zes kwaliteitsklassen (van I tot VI). ‘Ongesorteerd hout’ groepeert de klassen I, II, III en IV.
Daarnaast gebruiken Zweden en Finland ook de kwaliteitsaanduiding saw falling. Daarbij bestaat het hout uit een deel ‘ongesorteerd hout’, een deel zaaghout van klasse V en een tot 20% beperkt deel zaaghout van klasse VI.

Vurenhout uit Rusland
De Russen onderscheiden vijf kwaliteitsklassen. ‘Ongesorteerd hout’ groepeert er de klassen I, II en III. Hun vierde klasse stemt overeen met de saw falling-kwaliteit van de Scandinavische landen, hun vijfde met de zesde kwaliteit van de Scandinavische landen.

Vurenhout uit de Baltische staten, Polen en Tsjechië
De Balten, Polen en Tsjechen voeren saw falling-kwaliteit uit die dicht bij die uit de Scandinavische landen ligt.
Ook Europa legde de kwaliteit van vurenhout vast in de norm EN1611-1. Die wijkt grondig af het Scandinavische systeem, dat nochtans stevig in de houtwereld is verankerd.

  • Visuele sortering voor constructiehout

Hiervoor hanteert België STS 04. Die methode legt een verband tussen het aandeel kwasten op het dwarsvlak (KAR, Knot Area Ratio) en de mechanische eigenschappen van het hout. Ze onderscheidt vier klassen: S4, S6, S8 en S10.
NBN EN 14081 is vanaf 01/09/2009 de referentie voor de CE-markering van constructiehout.

Kleur en tekening
Vurenhout is heel lichtkleurig, witachtig tot crèmekleurig. Bij fijnsparren uit bergstreken is het glanzend en soms zelfs paarlemoerachtig. Kern- en spinthout zijn niet te onderscheiden. De ronde en homogeen brede groeiringen dan weer wel. Waar de banen donkerder rood kleuren, wijst dat op de aanwezigheid van drukhout.
De nerf is fijn bij het traag groeiende hout uit het Noorden of uit bergstreken, en grover bij snelgroeiend hout uit de vlakten. Vurenhout heeft een heel rechte draad. Vurenhout heeft fijne, nog net met het blote oog waarneembare harsgangen.
Op het kwartierse vlak geven de kleine houtstralen een lichte, onopvallende tekening.

Duurzaamheid
Vurenhout is laag duurzaam (duurzaamheidklasse 4) en gevoelig voor blauwschimmel, vervuring, houtrot en aantasting door insecten, vooral de huisboktor. Het hout laat zich moeilijk impregneren. Zo dringt vocht heel moeilijk door in de houtstructuur, wat de kans op aantasting door zwammen verlaagt.

Droging en vochtgehalte
Vurenhout droogt snel en gemakkelijk. Drogen bij een temperatuur hoger dan 70 °C voorkomt harsuitvloei. Om blauwschimmel en vervuring te vermijden, is het aangewezen vers gezaagd hout snel op te latten. Dat maakt een goede oppervlaktedroging mogelijk.

Bewerking
Vurenhout is gemakkelijk bewerkbaar. Toch kan het scheuren bij schuine draad of dicht bij kwasten. Bij het frezen doet de hardheid van de kwasten soms splinters wegslingeren. Door de kwasten vooraf te stomen, wordt het hout gemakkelijker bewerkbaar.
Ondanks het soms wat ruwe oppervlak, is vurenhout gemakkelijk verzaagbaar. Het is ook geschikt voor snij- en schilfineer.

Verlijmen
Vurenhout is gemakkelijk verlijmbaar.

Bevestigen
Vurenhout splijt gemakkelijk bij het nagelen of schroeven.
Gebruik schroeven met een langere schroefdraad en grotere diameter.

Afwerking
De afwerking van vurenhout is goed, als het voldoende gedroogd is (tot een vochtgehalte van minder dan 15%).
Wilt u vurenhout gebruiken voor buitentoepassingen? Dan moet u het hout impregneren in de diepte, wat heel moeilijk is – zelfs in autoclaaf onder vacuüm of druk.
Voor constructiehout moet het hout vooraf worden verduurzaamd volgens procedé A2.1.

Toepassingen
Vurenhout in verschillende kwaliteiten wordt gebruikt voor talloze toepassingen:

  • spanten en structuren (massief, geïndustrialiseerd of gelijmd gelamelleerd);
  • binnenhuisinrichting zoals deurlijsten, wanden, vloerbekleding, lijsten, rolluiken;
  • elektriciteitspalen, staken, stutten;
  • plaatmateriaal;
  • papier;
  • masten;
  • meubels;
  • bekistingen, verpakkingen, paletten;
  • gebruiksvoorwerpen;
  • muziekinstrumenten (klankbodems voor violen, gitaren, piano’s, harpen);
  • vliegtuigbouw;
  • bijproducten zoals schors voor verwarming, plaketten voor vervezeling, zaagsel voor kattenbakvulling.
Vurenhout
Gemiddelde volumieke massa* 450 kg/m³ (420 kg/m³ bij Belgisch vurenhout)
Radiale krimp 60 tot 30% r.v.** 0,8%
90 tot 60% r.v.** 0,9%
Tangentiële krimp 60 tot 30% r.v.** 1,5%
90 tot 60% r.v.** 2%
Werken 60 tot 30% r.v.** 2,3%
90 tot 60% r.v.** 2,9%
Buigsterkte 71 N/mm²
Elasticiteitsmodulus 10.000 N/mm²
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) 45 N/mm²
Schuifsterkte 6 N/mm²
Hardheid (Janka) – Kops 2650 N
Hardheid (Janka) – Langs 1570 N

* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte

Sapin
  • Lichte en toch relatief stevige en veerkrachtige Noord-Amerikaanse naaldhoutsoort;
  • duurzaam en goed bestand tegen rot en verwering;
  • unieke kleurvariaties: van licht geelbruin over rosebruin en zalmkleur tot chocoladebruin;
  • fraaie vlammen op dosse;
  • geschikt voor talloze buitentoepassingen zoals shingles en shakes, profielen (schroten, channelsidingbevelsiding, potdeksels), gevelbekleding, dakranden, vensterramen, pergola’s, terrassen, serres en lichte constructies.
  • No 2 Clear and Better en No 4 Clear garanderen beide uitstekende kwaliteit;
  • gemakkelijk bewerkbaar;
  • buiten vaak onbehandeld gebruikt, waarbij het natuurlijk vergrijst.

Herkomst
Western Red Cedar is de commerciële naam voor de botanische soort Thuya plicata en behoort tot de familie van de Cupressaceae. Ze groeit tussen de 39ste en 57ste breedtegraad, met als belangrijkste groeigebied de Canadese provincie British Columbia.  Het verspreidingsgebied heeft noordelijke uitlopers tot in Alaska en zuidelijke tot in Californië. Ook westelijk van de Cascade Mountains groeit Western Red Cedar, in de regenwouden langs de kust tot aan de Rocky Mountains.
De vele oerbossen in dat gebied zijn heel gevarieerd door het gunstige klimaat. Zo vormen ze een belangrijke ecologische reserve. Ze bestaan uit 40% Western Red Cedar en 60% Hemlock.

Uitzicht
In gunstige omstandigheden wordt de Western Red Cedar gemakkelijk 70 meter hoog, met een diameter tot 4 meter op borsthoogte. In minder gunstige omstandigheden reikt hij gemiddeld 25 tot 40 meter hoog, met een diameter van 1,5 tot 2,5 meter. Opvallend is het grote verloop van de diameter. De nuttige stamlengte is ongeveer 25 meter.
De Western Red Cedar wordt heel oud, soms meer dan 1000 jaar. Oude exemplaren hebben vaak zware wortelaanlopen en soms een voos hart.

Kleur en tekening
Western Red Cedar kent talloze kleurvariaties: van licht geelbruin, over rozebruin en zalmkleur tot chololadebruin. Het kernhout is donkerder dan het bijna witte spinthout. De spintzone is niet breder dan 2 à 3 cm.
Lichte en donkere banen wisselen elkaar af en geven een gevarieerde tekening. De kleurverschillen nemen af onder invloed van het licht. Op het kwartierse vlak geeft het kleurcontrast tussen vroeg- en laathout een duidelijke streeptekening. Op dosse zijn dat fraaie vlammen.
De groeiringen van Western Red Cedar zijn meestal fijn, met meerdere ringen per mm. Toch heeft het hout soms ook een grovere structuur met groeiringen tot 5 mm breed.

Duurzaamheid
Het kernhout is duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse II).

Kwaliteit
Western Red Cedar wordt ingevoerd in diverse kwaliteiten:

  • No 2 Clear and Better: vrijwel foutloos met rustige lijntekening;
  • No 4 Clear: bevat een aantal gemakkelijk uitzaagbare gebreken, kwaliteit ruim voldoende voor de meeste toepassingen;
  • Factory flitches: verzaagbaar tot kortere, 80% foutloze stukken, geschikt voor onder meer tuinmeubelen;
  • Tight Knotty (vaste kwast-kwaliteit): hout met onbeperkt aantal vaste kwasten, bijvoorbeeld voor deckings (terrasplanken);
  • Standard and Better: iets mindere kwaliteit maar uitstekend voor pergola’s, onderbalken voor terrassen of diverse constructies.

Droging
Western Red Cedar droogt gemakkelijk, vooral bij kleine doorsneden, en met weinig risico op vervormingen. Bij een dikte van bijvoorbeeld 30 mm is het aangewezen het hout eerst twee maanden op te latten en in openlucht te drogen, vóór het kunstmatig te drogen. Nog dikker hout heeft een specifiek droogproces nodig. Door het langdurig op te latten en daarna natuurlijk te drogen, voorkomt u collaps en inwendige scheuren.

Bewerking
Western Red Cedar is heel gemakkelijk bewerkbaar, zowel machinaal als met de hand. Het stof dat daarbij vrijkomt, irriteert soms. Zorg daarom voor een goede afzuiging.
Het vroeghout is zacht. Met scherpe werktuigen en een gematigde druk op het werkvlak vermijdt u dat u het samendrukt, vooral bij het schaven en frezen. Anders kan het hout een ribbelig en onregelmatig oppervlak vertonen.
Het hout is bovendien vrij bros en dreigt af te brokkelen aan de kanten. Zorg daarom voor schone messen en beitels (van machines) zonder bramen.

Bevestigen
Western Red Cedar splijt gemakkelijk. Toch kun je het gemakkelijk nagelen. De inhoudsstoffen van het hout reageren wel met metalen zoals ijzer of messing. Dat zorgt voor corrosie en lelijke strepen. Gebruik daarom roestvrij staal.
Komt regenwater via het cederhout terecht in bijvoorbeeld een dakgoot? Dan is zink en galvaan uit den boze. Met fosfor gedesoxydeerd koper (CuP of SFCu volgens DIN 1778) van minimaal 0,8 mm dikte is dan wel geschikt.

Afwerking en behandeling
Verven of beitsen leveren geen problemen op, als het hout goed gedroogd is. Ook een afwerking met een dekkende verf of transparant middel gaat gemakkelijk. Dan is een behandeling volgens procedé C1 wel aangewezen om verblauwing te vermijden.
Voor buitentoepassingen blijft Western Red Cedar vaak onbehandeld. Het hout heeft dan een zijdeglans en vergrijst natuurlijk tot een mooi zilverkleurig oppervlak. Hout dat naar het noorden is gericht, dreigt te moeten afrekenen met vlekken en algengroei. In gebieden met veel luchtvervuiling verdonkert het hout ook snel en is een afwerking met C2 aangewezen.
Het houtoppervlak is zacht en kwetsbaar. Mede daarom is een afwerkingslaag onmisbaar voor buitenschrijnwerk zoals ramen.

Toepassingen

  • gevelbekleding;
  • shingles en shakes;
  • dakranden;
  • vensterramen;
  • pergola’s;
  • terrassen;
  • serres;
  • lichte constructies.
Western Red Cedar
Gemiddelde volumieke massa* 370 kg/m³
Radiale krimp 60 tot 30% r.v.** 0,3%
90 tot 60% r.v.** 0,5%
Tangentiële krimp 60 tot 30% r.v.** 0,7%
90 tot 60% r.v.** 1,2%
Werken 60 tot 30% r.v.** 1%
90 tot 60% r.v.** 1,7%
Buigsterkte 54 N/mm²
Elasticiteitsmodulus 8000 N/mm²
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) 34 N/mm²
Schuifsterkte 5,6 N/mm²
Hardheid (Janka) – Kops 3040 N
Hardheid (Janka) – Langs 1470 N

* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte

Sapin
  • Europese douglas of uit Noord-Amerika ingevoerde Oregon Pine;
  • zalmkleurig tot roodachtig bruin kernhout, roomkleurig wit tot geel spinthout;
  • rechte draad, grove nerf en vaak fraaie vlammen op dosse;
  • gecommercialiseerd in planken, battens en balken;
  • een van de meest polyvalente houtsoorten op de Belgische markt;
  • talloze toepassingen voor binnen: traptreden, parket, plankenvloeren, meubelen, plafonds, schroten;
  • ook voor dragende structuren, gevelbekleding, balustrades, dakoversteken, snijfineer;
  • buitenschrijnwerk zoals ramen en deuren;

In deze tekst wordt het onderscheid tussen Oregon Pine en Europese douglas alleen gemaakt als dat nodig is. Zo niet, gebruikt de tekst de benaming Oregon Pine.

Herkomst
Oregon Pine of Europese douglas zijn de commerciële namen voor de botanische soort Pseudotsuga menziesii (Mirb.) Franco. De Namenlijst der voornaamste in België gebruikte houtsoorten (NBN 199) maakt een onderscheid tussen de uit Noord-Amerika ingevoerde Oregon pine (nr. 416) en de Europese douglas (nr. 108). Toch gaat het om eenzelfde botanische soort.

Oregon Pine
Het groeigebied van Oregon pine ligt verspreid over Noord-Amerika:

  • een strook van 2000 kilometer langs de westkust, tussen de 35ste en 55ste breedtegraad;
  • de vlakte tussen de Stille Oceaan en het Cascadengebergte;
  • het Vancouver-eiland in de Canadese provincie British Columbia;
  • de Amerikaanse staten Washington en Oregon.

Europese douglas
Rond 1830 voerden Groot-Brittannië en later ook Duitsland de douglasspar in als parkboom. Pas in het begin van de 20ste eeuw werden de eerste bosbestanden aangeplant. Na WOII veroorzaakt zijn economische waarde de echte doorbraak.
Vandaag groeit driekwart van de Europese douglassparren in Frankrijk en Duitsland. Toch verspreidt het groeigebied zich ook over Groot-Brittannië, Spanje, België, Nederland, Italië en Ierland.

Groei
In natuurlijk verband groeit de Oregon pine in gemengde naaldhoutbossen. Het is een pioniersboom en zijn zaailingen gedijen goed op braakliggende gronden. Toch groeit hij niet in de schaduw van andere bomen, die hem op termijn dan ook verdringen. Daarom haalt het gros van de bomen hun natuurlijke verjonging niet. De soort leeft vooral op na bosbranden.
Het hout uit primaire bossen heeft een fijnere draad en minder kwasten dan het hout uit cultuurbossen. De Europese douglas heeft een groot aanpassingsvermogen en is de belangrijkste houtsoort voor herbebossingen.

Kleur en tekening
Het kernhout is zalmkleurig tot roodachtig bruin, en verkleurt in roodtinten onder invloed van het licht. Het spinthout is roomkleurig wit tot geel.
Het hout gaat abrupt over van vroeg- naar laathout. Dat is goed te zien aan de groeiringen. Op het radiale vlak veroorzaakt dat strepen op het kopse ringen. Op het tangentiële vlak zorgen kleurverschillen voor een fraaie vlammentekening.
Het hout heeft meestal een rechte draad en een grove nerf, vooral bij bomen van de tweede generatie. Op het kwartierse vlak heeft het een vrij fijne structuur met kleine, maar goed zichtbare houtstralen.
Oregon pine of Europese douglas bevat weinig harsgangen, maar wel veel harszakken. Bij versgezaagd hout levert dat een typische citroengeur op, die verdwijnt bij het drogen.

Densiteit
Oregon pine is een matig zware houtsoort. Toch is het een van de hardste naaldhoutsoorten, met een goede buigweerstand. In tegenstelling tot de meeste andere naaldhoutsoorten, verminderen de sterkte en de textuur van het hout niet door de verbreding van de groeiringen. Zo is het hout uit bossen van laaggelegen kuststreken ondanks de heel smalle groeiringen – van nauwelijks 1 mm – toch zachter (en minder kleurrijk).
De densiteit van aangeplant hout is dan ook vergelijkbaar met die van Oregon pine van de eerste generatie.

Duurzaamheid
Het kernhout is matig duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse III) en is gevoelig voor aantasting door termieten. Het spinthout is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V). Het hout is ook goed bestand tegen zwakke zuren (zoals azijnzuur) en alkalische stoffen.

Droging en vochtgehalte
Oregon pine droogt gemakkelijk, met weinig vervormingen. Toch is het aangewezen het hout trager te laten drogen dan andere naaldhoutsoorten. Anders kan het scheuren. Drogen bij een luchttemperatuur van meer dan 70 °C beperkt harsuitscheiding achteraf. Kleinere secties drogen zowel in openlucht als in een droogoven.

Bewerking
Hout met fijne groeiringen is gemakkelijk bewerkbaar. De bewerking wordt moeilijker bij hout met groeiringen van 5 mm of meer, of bij hout met veel kwasten. Het laathout kan dan loskomen van het vroeghout. Toch leveren de huidige technieken een mooi glad oppervlak op. De harsrijke delen vervuilen het gereedschap soms.

Verlijmen
Oregon pine is goed verlijmbaar met alle gangbare lijmtypes. Vooral voor gelijmde gelamelleerde toepassingen is Oregon pine uiterst geschikt.

Afwerking en behandeling
Oregon pine voor buitenschrijnwerk vereist in principe geen verduurzamingsbehandeling, tenminste als alle spinthout eerst zorgvuldig wordt verwijderd. Een behandeling volgens procedé C1 voorkomt verblauwing.
Voor timmerwerk is een preventieve verduurzaming nodig volgens procedé A2.1.
Vóór u het hout afwerkt is het aangewezen de harsrijke stukken te ontvetten. Zandstralen of borstelen leveren prima resultaten. Het laathout en de typische vlammentekening komen dan beter tot hun recht.

Bevestigen
Wilt u het hout bevestigen? Boor het dan voor of gebruik een schietpistool, want het splijt gemakkelijk – vooral als u het met de hand wilt nagelen. Komt het hout in contact met metaal? Dan dreigt corrosie en verkleuring, zeker als het vochtgehalte meer dan 18 à 20% bedraagt. Bevestig het dan met roestvrij staal.

Kwaliteitsnormen

Schrijnwerk
Nr. 2 Clear & Better garandeert de topkwaliteit van het uit Noord-Amerika ingevoerde hout met heel weinig spint en gezonde kwastjes, zoals bij de hiervan afgeleide Oregon Kroon-kwaliteit voor fijn schrijn- en meubelwerk.

Timmerwerk
NBN EN 14081 de referentie voor de CE-markering van constructiehout.
Select & Merchantable garandeert de kwaliteit van Oregon Pine. De visuele sterkte wordt aangeduid:

  • met SS (Special Structural) of GS (General Structural) volgens de Britse norm BS 4978;
  • met S4, S6, S8 of S10 volgens de Belgische norm STS 04 (waarbij S6 en S8 respectievelijk overeenkomen met de Britse labels GS en SS).

Toepassingen

  • dragende structuren;
  • buitenschrijnwerk zoals gevelbekleding, ramen en deuren;
  • parket en plankenvloeren;
  • wanden;
  • plafonds;
  • balustrades;
  • dakoversteken;
  • traptreden;
  • banken;
  • meubels (snijfineer of massief hout);
  • ladders;
  • turntoestellen;
  • handvaten;
  • gereedschap;
  • scheepsmasten;
  • bulkvaten en –kuipen.
Oregon pine/Europese douglas
Gemiddelde volumieke massa* 550 kg/m³
Radiale krimp 60 tot 30% r.v.** 0,8%
90 tot 60% r.v.** 1,2%
Tangentiële krimp 60 tot 30% r.v.** 1,3%
90 tot 60% r.v.** 1,9%
Werken 60 tot 30% r.v.** 2,1%
90 tot 60% r.v.** 3,1%
Buigsterkte 89 N/mm²
Elasticiteitsmodulus 13.500 N/mm²
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) 50 N/mm²
Schuifsterkte 9,5 N/mm²
Hardheid (Janka) – Kops 4020 N
Hardheid (Janka) – Langs 2940 N

* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte

Sapin
  • duurzaam tot zeer duurzaam Zuidoost-Aziatisch hout;
  • homogene en vaste structuur voor precisiewerk;
  • geel-, oranje-, rood- of grijsbruin kernhout, met veel variatie en mooie glans;
  • geschikt voor buitenschrijnwerk zoals ramen en deuren, gevelbekleding;
  • ook voor binnen: (intensief belopen) parket, plankenvloeren, trappen, industriële vloeren;
  • Select and better garandeert de betere kwaliteit volgens de Malayan Grading Rules;
  • sterk gelijkend op het hout van het Afrikaanse Afzelia.

Herkomst
Merbau (Intsia spp.) is de verzamelnaam voor het hout van twee botanische soorten uit Zuidoost-Azië: Intsia bijuga en Intsia palembanica. De eerst komt uit de kustgebieden, vlak achter de mangrovegordel. De tweede meer uit het binnenland.

Uitzicht
Bomen van het Intsia-geslacht zijn typisch voor het tropische bos. Toch komen ze niet in gesloten bestanden voor, maar groeien ze altijd individueel verspreid – gemiddeld één boom per twee hectare.
De boom wordt maximaal 45 meter hoog, met een takkenvrije stam van ongeveer de helft. Dat levert meestal 15 tot 25 meter bruikbare lengte op. De stam is niet recht en cilindrisch, en vertoont soms groeiafwijkingen. De wortelaanlopen zijn meestal tot twee meter hoog. In een zeldzaam geval reiken ze tot zeven meter hoog.

Kleur en tekening
Het kernhout is geel-, oranje-, rood- of grijsbruin met veel variatie en meestal een fraaie glans. Blootgesteld aan de lucht verdonkert het.
Het spinthout is bleekgeel. Bij oudere bomen is het maar 2 tot 8 cm breed. Jonge bomen hebben een veel bredere spintlaag, die kan oplopen tot een derde van de stamdiameter. Het is economisch dan ook niet opportuun om bomen met een diameter van minder dan 60 cm te vellen.
Merbauhout heeft een gelijkmatige structuur, een vrij grove maar regelmatige nerf en geen uitgesproken tekening. De kleurschakeringen van het weefsel leveren naargelang van de zaagrichting fraaie vlammen of vage strepen in de lengte. Merbau heeft een ietwat onregelmatig rechte draad of kruisdraad.
Het hout voelt vettig aan en vertoont typische, fijne, zwavelgele streepjes aan het oppervlak, veroorzaakt door de vulstof van de houtvaten.

Duurzaamheid
Het kernhout is duurzaam tot zeer duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse I-II).

Droging en vochtgehalte
Merbauhout droogt heel traag, zowel in de lucht als in de droogkamer, met weinig risico op scheuren en vervormingen. Daarbij krimpt het wel een beetje, maar eens gedroogd werkt Merbau nog nauwelijks.

Bewerking
Merbau is gemakkelijk bewerkbaar met moderne machines – moeilijker met de hand. Het heeft een homogene en vaste structuur, wat precisiewerk mogelijk maakt. Zo kun je het frezen tot op een tiende van een millimeter! Gebruik een snijhoek van 20° om bladders te voorkomen. Polijsten levert geen moeilijkheden op.

Afwerking

Bevestigen
Wilt u Merbauhout nagelen of schroeven? Voorkom dan dat het hout splijt en boor het voor.

Bloeden
Merbau bevat kleurstoffen die oplossen in water. Voor buitentoepassingen is het dan ook belangrijk het hout goed af te werken. Anders komen die inhoudstoffen vrij en doen ze het hout ‘bloeden’. In Maleisië staat Merbau daarom bekend als ‘duivelshout’.

Hoe voorkomt u ‘bloeden’?

  • Werk alleen met goed gedroogd hout.
  • Vermijd vlekken door (lichtgekleurd) beton en natuursteen af te dekken.
  • Behandel het hout voor met een verdunde ammoniakoplossing (5%).
  • Voorkom dat de inhoudsstoffen uitspoelen door het afwerkingsproduct voldoende dik aan te brengen.
  • Breng een afsluitende synthetische laag aan vóór u het houtoppervlak aflakt met watergedragen producten. Anders is de kans op vlekken groot.
  • Werk af met een transparant CTOP-product of een dekkende verf.
  • Toch vlekken? Die verdwijnen met de tijd door de regen. Toch kan het ook sneller met bleekwater.

Toepassingen

  • buitenschrijnwerk zoals ramen en deuren;
  • divers binnenschrijnwerk zoals (intensief belopen) trappen, parket en plankenvloeren;
  • industriële vloeren;
  • schroten, dorpels, deurcomponenten en deuren;
  • (bruggen en sluizen).
Merbau
Gemiddelde volumieke massa* 700-900 kg/m³
Radiale krimp 60 tot 30% r.v.** 0,5%
90 tot 60% r.v.** 0,4%
Tangentiële krimp 60 tot 30% r.v.** 0,8%
90 tot 60% r.v.** 0,8%
Werken 60 tot 30% r.v.** 1,2%
90 tot 60% r.v.** 1,3%
Buigsterkte 115 N/mm²
Elasticiteitsmodulus 15.000 N/mm²
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) 53 N/mm²
Schuifsterkte 12,4 N/mm²
Hardheid (Janka) – Kops 6590 N
Hardheid (Janka) – Langs 6700 N

* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte

Sapin
  • heel polyvalente houtsoort uit Zuidoost-Azië;
  • roodbruin tot rozebruin kernhout met veel kleurnuances;
  • uitermate geschikt voor binnentoepassingen zoals deuren, plinten, (deur)lijsten, trappen en meubelwerk;
  • ook geschikt voor multiplex (Lauan – Indo Hardwood);
  • Sommige houtsoorten zijn geschikt voor buitenschrijnwerk zoals ramen, deuren, balkons, balustrades, stormplanken en gevelbekleding.
  • Select and better garandeert de betere kwaliteit volgens de Malayan Grading Rules.

Herkomst
Meranti (dark red) is de commerciële naam voor een reeks botanische soorten van het geslacht Shorea, secties RubellaBrachypteraPachycarpaeMultica en Ovalis, die allemaal tot de familie van de Dipterocarpaceae behoren. Volgens de Malayan Grading Rules (uitgave 1984) omvat  Meranti (dark red) deze soorten:

  • Shorea curtisii;
  • Shorea pauciflora;
  • Shorea platyclados;
  • Shorea argentifolia;
  • Shorea ovata;
  • Shorea singkawang;
  • Shorea pachyphylla;
  • Shorea acuminata;
  • Shorea hemsleyana;
  • Shorea macrantha;
  • Shorea palembanica;
  • Shorea platycarpa;
  • Shorea leprosula.

Het groeigebied van Meranti (dark red) ligt in de regenwouden van Zuidoost-Azië, met de grootste concentratie in Maleisië en Indonesië.

Uitzicht
De Merantiboom wordt gemiddeld 30 tot 40 meter hoog, uitzonderlijk zelfs 60 tot 70 meter. De takkenvrije stam is recht en cilindrisch, en bereikt een hoogte van 10 tot 30 of zelfs 42 meter.
De diameter van de takkenvrije stam ligt tussen de 70 en 180 cm, in een zeldzaam geval 255 tot 300 cm. Na veertig jaar bereiken Merantibomen soms een diameter van 48 tot 80 of zelfs 105 cm. Afhankelijk van de soort zijn de wortelaanlopen kort en breed, of hoog en smal, 3 tot soms 5 meter hoog.
De grijze of bruine schors heeft een glad oppervlak met duidelijke spleten in v-vorm of vlokken, soms ook schilfers. Volwassen bomen hebben een kroon in de vorm van een halfbol of koepel. Het blad is enkelvoudig en groeit alternerend.
De Merantiboom groeit sneller in de zon dan in de schaduw. Toch lijdt hij onder te lange blootstelling aan de zon. Ideaal voor zaailingen is zonlicht met tussenpozen. Voor een optimale groei zijn ook Mycorrhizae essentieel.

Kleur en tekening
Het kernhout is roodbruin tot rozebruin, met veel kleurvariatie – niet alleen naargelang van de soort, maar ook binnen eenzelfde soort. Vers hout kleurt tussen rozerood en purperbruin. Bij het drogen verdonkert het hout.
Het spinthout is meestal grijsachtig roze, onderscheidt zich duidelijk van het kernhout en is 2 tot 6 cm breed (4 tot 5 cm bij volgroeide bomen).
Gommen kunnen bij nat hout voor donkere strepen op het langsvlak zorgen. Die verdwijnen bij het drogen. Het hout bevat ook vaak lichtgekleurd en vast hars. Dat geeft fijne witachtige lijntjes op onregelmatige afstand op het kopse vlak (‘harsgangen’).
De structuur van (Dark) Red Meranti is meestal regelmatig, zonder uitgesproken tekening. Op kwartier gezaagd vertoont het hout soms strepen, op dosse soms vlammen.

Duurzaamheid
Het kernhout is weinig duurzaammatig duurzaam tot duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse II-IV). Het spinthout is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V).
Vers gekapt hout of een stam is gevoelig voor nathoutboorders. (Dark) Red Meranti vertoont dan ook soms zwarte wormsteken of pinholes. Die zijn niet groter dan 1 mm en hebben geen invloed op de duurzaamheid of mechanische eigenschappen.
Voor buitenschrijnwerk moet het hout een volumieke massa van minstens 550 kg/m³ hebben bij een houtvochtgehalte van 15%. Merantihout met een lagere volumieke massa is geschikt voor talloze binnentoepassingen.

Droging en vochtgehalte
Merantihout drogen gaat gemakkelijk.

Schilfineer
Meranti is uitermate geschikt voor schilfineer. Dat voert Europa in als multiplex Lauan – Indo Hardwood, dat ook andere houtsoorten bevat. Het is van uitstekende kwaliteit, maar vertoont vaak kleurverschillen. De lokale producenten werken volgens de British Standards (BS 6566, Part 8) die op basis van de verlijming drie types schilfineer onderscheiden:

  • Moisture Resistant (MR) voor binnentoepassingen: 03-67 volgens STS 04, lijmklasse 1 volgens NBN-EN 314;
  • Cyclic Boil Resistant (CBR) voor beschermde of tijdelijk onbeschermde buitentoepassingen (met formolmelaminelijm): 2 x 4 – 100 volgens STS 04, lijmklasse 2 volgens NBN-EN 314;
  • Weather and Boil Proof (WBP) voor onbeschermde buitentoepassingen of (met fenolformaldehydelijm): 72-100 volgens STS 04, lijmklasse 3 volgens NBN-EN 314.

Bewerking
Meranti is gemakkelijk bewerkbaar, zowel machinaal als met de hand. Herzagen, afkorten, boren, draaien, spijkeren, schroeven en lijmen gaat gemakkelijk.
Voor buigwerk is Merantihout niet geschikt.

Afwerking
De afwerking van Meranti is goed. Gebruikt u het hout voor buitenschrijnwerk? Dan is een kleurloze voorbehandeling volgens procedé C1 nodig.

Toepassingen

  • sommige houtsoorten zijn geschikt voor buitenschrijnwerk zoals ramen, deuren, veranda’s;
  • binnenschrijnwerk zoals deuren, plinten, (deur)lijsten, trappen;
  • vloeren
  • trappen, balustrades, balkons
  • botenbouw
  • orgelpijpen
  • draai- en houtsnijwerk
  • chemische vaten
  • multiplex (Lauan – Indo Hardwood) voor:
    • betimmering van o.a. garagepoorten, (gegroefde) dakoversteek, dakgoten
    • bekisting of bekleding van aanhangwagens (met of zonder kunstharslaag, betonplex)
    • binnenlijstwerk
    • meubelen
    • toonkasten
    • winkelinrichting
    • uitbekleding
    • deuromlijsting
Meranti
Gemiddelde volumieke massa* 550 kg/m³
Radiale krimp 60 tot 30% r.v.** 0,6%
90 tot 60% r.v.** 0,9%
Tangentiële krimp 60 tot 30% r.v.** 1,2%
90 tot 60% r.v.** 1,8%
Werken 60 tot 30% r.v.** 1,9%
90 tot 60% r.v.** 2%
Buigsterkte 76 N/mm²
Elasticiteitsmodulus 11.000 N/mm²
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) 45 N/mm²
Schuifsterkte 8,4 N/mm²
Hardheid (Janka) – Kops 3705 N
Hardheid (Janka) – Langs 3475 N

* bij houtvochtgehalte tussen 11 en 17 procent / ** relatief luchtvochtgehalte

  • Vlinderbloemige plant afkomstig uit Latijns-Amerika.
  • Oranjebruin tot donkerbruin hout. Het kernhout tekent zich duidelijk af van het spinthout dat geelachtig wit is.
  • Aanwezigheid van gomvlekken die op het hout donkerder wasachtige plekken geven.
  • Typische geur bij vers gezaagd hout die verdwijnt tijdens het drogen.
  • Matig duurzaam hout, zowel voor binnen- als buitengebruik, maar zonder grondcontact.
  • De topkwaliteit FAS (First and Second) wordt ingevoerd: zo goed als vrij van spint, hart en andere gebreken.

Herkomst
Het hele Zuid-Amerikaanse Amazonegebied, maar vooral Brazilië en Guyana, Bolivia en Peru.

Angelim pedra is de commerciële naam voor Hymenolobium spp. Ducke. Er vallen verschillende soorten onder, o.a. H. elatum, H. excelsum, H. modestum.

Boombeschrijving
De boom kan een gemiddelde lengte van 45 meter behalen. De rechte stam heeft een gemiddelde diameter van 90 tot 300 cm. De wortelaanloop kan tot 1.8 m hoog reiken. De exploiteerbare stam, takkenvrij, kan 15 tot 20 m bedragen.

Kleur en tekening
Het vers gezaagde hout heeft een geeloranjebruine kleur met regelmatig donkerder gomvlekken. Het kleurverschil tussen de lichtgekleurde parenchymcellen en de donkere vezels geeft het hout een karakteristiek zebrapatroon.  Het spint is geelwit en tekent zich duidelijk af van het kernhout.

Duurzaamheid

Duurzaamheidsklasse II

Drogen en vochtgehalte

Het drogen moet langzaam gebeuren vanwege het hoge risico op vervorming en scheuren. Het is aan te raden om loten van eenzelfde partij tegelijk te drogen om een homogene droging te garanderen.

Om het risico op scheuren bij buitenschrijnwerk te vermijden, is een kernvochtgehalte van 12% aanbevolen.

Bewerking 
Laat zich relatief gemakkelijk bewerken, behalve wanneer er veel gomvlekken aanwezig zijn.

Afwerking
Onbehandeld Angelim pedra vergrijst onder invloed van UV-stralen. Dit kan vermeden worden met een gepast afwerkingsmiddel. Afwerken kan zowel met watergedragen middelen als met solventen. Bij een watergedragen afwerking kunnen bruine strepen ontstaan.

Bevestiging
Angelim vermelho bevat looizuur dat corrosie veroorzaakt bij ijzerhoudende metalen. Daarom is het aangeraden om RVS bevestigingsmaterialen te gebruiken. Door de hoge dichtheid is voorboren noodzakelijk.

Toepassingen

  • zware structuren
  • binnentrappen
  • lambrisering
  • binnenschrijnwerk
  • meubels
  • buitenschrijnwerk
  • parket
  • wandbekleding
Angelim pedra
Gemiddelde volumieke massa* 800 kg/m³
Radiale krimp van 60 tot 30 % r.v.** n.a.
van 90 tot 60 % r.v.** n.a.
Tangentiale krimp van 60 tot 30 % r.v.** n.a
van 90 tot 60 % r.v.** n.a.
Werking van 60 tot 30 % r.v.** n.a.
van 90 tot 60 % r.v.** n.a.
Buigsterkte 119 N/mm²
Elasticiteitsmodulus 29 000 N/mm²
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) 67 N/mm²
Afschuifsterkte n.a.
Hardheid (Monnin) – kops 6.3 N
Hardheid (Janka) – langs 7 650 N

* aan 12 % houtvochtgehalte / ** relatieve luchtvochtigheid

Hêtre
  • gecommercialiseerd als ‘beuken’;
  • sterke, harde en splintervrije houtsoort;
  • gemakkelijk bewerkbaar;
  • witachtig tot lichtbruin kernhout dat verdonkert;
  • soms gestoomd, wat het hout roze maakt;
  • niet duurzaam en gebruikt voor binnentoepassingen;
  • talloze binnentoepassingen zoals trappen, (intensief belopen) parket en plankenvloeren, stoelen en andere meubelen, kleine gebruiksvoorwerpen;
  • schilfineer en multiplex voor interieurinrichting, (gebogen) paneelbekleding, werktafels, (school)meubelen;
  • dé houtsoort voor buigwerk;
  • geklasseerd op basis van uitzicht volgens Europese norm (NBN EN-975-1 : 1996. Gezaagd hout – Indeling van loofhout op uiterlijk – Deel 1: Eik en beuk).

Herkomst
Het beukengeslacht Fagus telt weinig botanische soorten. België commercialiseert bijna uitsluitend hout van de gewone beuk (Fagus sylvatica).
De beuk groeit het best op leemhoudende gronden met voldoende vocht, humus en kalk. Hij komt voor van op het Europese vasteland tot aan de Zwarte Zee, met twee optimale groeigebieden: het Franse Centraal Massief en de zuidelijke Bosnische Karpaten. Ook in Belgisch en Frans Lotharingen en de Vogezen groeien beuken.

‘Rode’ beuken
Sommige beuken hebben een ‘valse’ rode kern. Een vlies (thyllen) sluit dan de houtvaten af. De begrenzing ervan loopt soms parallel met de jaarringen, maar kan ook grillig zijn. ‘Rode’ beuken zijn minderwaardig aan de gewone ‘witte’. Er is nog geen eenduidige verklaring waarom in sommige streken meer ‘rode’ dan ‘witte’ beuken voorkomen.

Uitzicht
De meeste beuken worden geveld na 80, maximaal 120 jaar. Dan is zijn diameter ongeveer 1,2 meter. De stam is gemiddeld 30 meter hoog, waarvan 9 meter takkenvrij.

Kleur en tekening
Het kern- en spinthout van de beuk verschillen weinig van kleur. Versgezaagd is het kernhout witachtig of heel lichtbruin. Het verdonkert tot licht geelbruin onder invloed van lucht en licht. Gestoomd beukenhout is veel rozer.
Beukenhout heeft een rechte, soms golvende draad en een fijne nerf. Het heeft een gelijkmatige structuur met weinig tekening. Op dosse vertoont het vage vlammen, op kwartier geen speciale tekening op kleine spiegels na (overlangs doorgesneden stralen). Op onzuivere kwartiervlakken vallen de aangesneden stralen op als min of meer lusvormige lijntjes van 1 tot 4 mm.

Duurzaamheid
Beukenhout is niet duurzaam en dus gevoelig voor aantasting door insecten en schimmels. Boktorlarven maken na het vellen soms ovale gangen van 5 tot 8 mm hoog in de stammen. Daarom is het aangewezen het versgekapte hout meteen te verwerken.

Droging en vochtgehalte
Beukenhout droogt meestal snel, maar met een grote kans op scheuren en vervormingen. Dat komt door het grote verschil tussen de radiale en tangentiële krimp. Droog het boolhout eerst in de openlucht voor het in de droogkamer gaat. Blijft de temperatuur enige tijd constant boven de 60 °C? Dan krijgt het hout een rozeachtige kleur.

Bewerking
Beukenhout is gemakkelijk bewerkbaar, zowel machinaal als met de hand. Toch gaat dat iets beter met hout uit de optimale groeigebieden (Frankrijk, Centraal- en Oost-Europa). Dat heeft een mildere structuur en is gemakkelijker bewerkbaar dan het hardere en splinterige hout uit de noordelijke groeigebieden. Door het te schaven, krijgt het een fraai glad oppervlak.
Versgezaagd hout of inwendige droogspanningen doen zaaggereedschap soms klemmen in de lengte. Gebruik scherp gereedschap in gunstig weer. Anders veroorzaakt het schuren van de zaag donkere brandplekken.

Stomen
Stomen geeft beukenhout een rozeachtige kleur en verzacht de soms grote kleurverschillen in het kernhout. De stoomtijd bepaalt de kleur. Bij hout met een vochtgehalte van 20% duurt het stomen maximaal drie dagen bij 80 à 90 °C.
Daarnaast maakt stomen het hout ook elastischer, wat het buigwerk vergemakkelijkt. Het neutraliseert ook de groeispanningen en vermindert de kans op vervormingen en scheuren bij de bewerking.

Buigen
Beukenhout buigen kan op twee manieren:

  • Dun gezaagd hout of fineer wordt in mallen gelijmd en tot de gewenste vorm geperst.
  • Massief hout wordt eerst gestoomd om het elastisch te maken, waarna een buigmachine het in de gewenste vorm buigt. Als het afkoelt, verliest het hout zijn plasticiteit en behoudt het zijn vorm.

Schilfineer
Gestoomd beukenhout is gemakkelijk te schillen voor fineer- of multiplextoepassingen. Met een fineermes stript u de ronddraaiende stam. Zo krijgt het hout een licht golvende tekening.

Snijfineer
Niet-gestoomd wit beukenhout wordt ook gesneden tot fineer. Daarvoor is het aangewezen hout te kiezen zonder waarneembaar hart. De gekantrechte en hartgekloofde blok wordt dan laag voor laag afgesneden, wat een vlamtekening oplevert op dosse. Kwartiers snijden? Dat kan ook. De kwartronde blok wordt dan laag voor laag afgesneden in de richting van de stralen. Dat maakt de spiegels zichtbaar.

Bevestigen
Wilt u het hout nagelen of schroeven? Boor het dan voor.

Afwerking en behandeling
Lijmen, lakken, politoeren of beitsen leveren geen problemen op. Beukenhout neemt wel onregelmatig product op. Wilt u een egaal gekleurd oppervlak? Laat het kleuren dan over aan een vakman. Het hout heeft open poriën en neemt gemakkelijk verduurzamingsproducten op.

Toepassingen

  • (intensief belopen) parket en plankenvloer voor sportzalen, vergaderzalen, banken, hotels;
  • schilfineer en multiplex voor interieurinrichting, (gebogen) paneelbekleding, werktafels, (school)meubelen;
  • trappen;
  • stoelen en andere zitmeubelen (zowel de zichtbare als onzichtbare delen);
  • tafelpoten en onderstellen (soms tafelbladen);
  • lattenbodems;
  • kindermeubelen, -boxen, -stoeltjes;
  • speelgoed, schaakspelen, blokkendozen;
  • kleine houten voorwerpen;
  • draaiwerk;
  • keukengerei zoals eetplanken, eierdopjes, schepjes, zandlopers;
  • tandenstokers;
  • borstels;
  • schrijfgerief, latten, pennendozen;
  • decoratieve gadgets.
Beukenhout
Gemiddelde volumieke massa* 700 kg/m³
Radiale krimp 60 tot 30% r.v.** 0,9%
90 tot 60% r.v.** 1,2%
Tangentiële krimp 60 tot 30% r.v.** 1,5%
90 tot 60% r.v.** 2,5%
Werken 60 tot 30% r.v.** 2,4%
90 tot 60% r.v.** 3,7%
Buigsterkte 113 N/mm²
Elasticiteitsmodulus 13.000 N/mm²
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) 54 N/mm²
Schuifsterkte 10 N/mm²
Hardheid (Janka) – Kops 8430 N
Hardheid (Janka) – Langs 7060 N

* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte

  • Lecythidaccea afkomstig uit Latijns-Amerika.
  • Wit tot geelbruin hout. Het kernhout is duidelijk te onderscheiden van het spint dat geelbruin is.
  • Tauari is een groep van verschillende soorten waarvan het uitzicht en de eigenschappen aanzienlijk kunnen variëren.
  • Vers heeft het hout een onaangename geur die verdwijnt wanneer het droogt.
  • Niet duurzaam hout, geschikt voor binnentoepassingen.
  • De topkwaliteit FAS (First and Second) wordt ingevoerd: zo goed als vrij van spint, hart en andere gebreken.

Provenance
Zuid-Amerika.

Tauari is de commerciële naam voor het geslacht Couratari spp waaronder de soorten C. multiflora, C. guianensis, C. oblongifolia, C. stellata, … vallen.

Boombeschrijving
De boom bereikt een gemiddelde hoogte van 40 meter. De rechte stam heeft een gemiddelde diameter van 50 tot 120 cm. De wortelaanlopen kunnen tot 10 m hoog zitten. De takkenvrije, exploiteerbare stam kan 15 tot 25 m lang zijn.

Kleur en tekening
Het hout is wit tot geelbruin. Le bois est blanc à brun jaune. Het spint is geelbruin en onderscheidt zich van kernhout.

Duurzaamheid
Het kernhout is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse IV).

Drogen en vochtgehalte
Het drogen kan best redelijk snel gebeuren.

Bewerken
Gemakkelijk.

Afwerking
Geen specifieke problemen.

Bevestiging
Het is aangeraden om RVS bevestigingsmaterialen te gebruiken.

Toepassingen

  • structuur
  • binnentrappen
  • binnenschrijnwerk
  • meubels
  • verpakking, kisten
  • parket
  • wandbekleding
  • draaiwerk
Tauari
Gemiddelde volumieke massa* 620 kg/m³
Radiale krimp 60 tot 30 % r.v.** n.a.
90 tot 60 % r.v.** n.a.
Tangentiale krimp 60 tot 30 % r.v.** n.a
90 tot 60 % r.v.** n.a.
Werken 60 tot 30 % r.v.** n.a.
90 tot 60 % r.v.** n.a.
Buigsterkte 87 N/mm²
Elasticiteitsmodulus 19 000 N/mm²
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) 48 N/mm²
Afschuifsterkte n.a.
Hardheid (Monnin) – kops 2.7 N
Hardheid (Janka) – langs 4 200 N

* aan 12 % houtvochtgehalte / ** relatieve luchtvochtigheid

Sapin
  • gecommercialiseerd als ‘Amerikaans noten’;
  • rechte draad, matig fijne nerf en gevarieerde tekening;
  • geaderd kernhout, violetbruin door stoombehandeling in land van herkomst;
  • witachtig spinthout, benadert de kleur van het kernhout na stoombehandeling;
  • matig duurzaam kernhout;
  • geschikt voor divers binnenschrijnwerk zoals parket, trappen en interieurinrichting, meubels en gebruiksvoorwerpen;
  • gemakkelijk bewerkbaar.

Herkomst
De Amerikaanse notelaar (Juglans nigra L.) behoort tot de familie van de Juglandaceae en komt uit het Oosten van de Verenigde Staten.

Duurzaamheid
Het kernhout is matig duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse III) en het spinthout is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V). Bepaalde toepassingen vereisen een preventieve behandeling volgens procedé A1.

Bewerking en drogen
Amerikaans notenhout is gemakkelijk bewerkbaar. Drogen gaat relatief traag.

Afwerking
De afwerking van Amerikaans notenhout is goed.

Toepassingen

  • divers binnenschrijnwerk: trappen, parket, interieurinrichting …;
  • meubelen;
  • fineer;
  • kleine voorwerpen;
  • geweerkolven;
  • draaiwerk.
Amerikaans notenhout
Gemiddelde volumieke massa* 650 kg/m³
Radiale krimp 60 tot 30% r.v.** 1,0%
90 tot 60% r.v.** 0,8%
Tangentiële krimp 60 tot 30% r.v.** 1,3%
90 tot 60% r.v.** 1,4%
Werken 60 tot 30% r.v.** 2,3%
90 tot 60% r.v.** 2,2%
Elasticiteitsmodulus 11.000 N/mm²

 

* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte

Ayous / Wawa
  • Ayous uit Kameroen, Wawa uit Ghana;
  • niet duurzaam Afrikaans hout;
  • bleek tot ietwat grijsachtig kern- en spinthout;
  • uitermate geschikt voor alle binnenschrijnwerk, lijstwerk, fineer en meubelen;
  • ook voor ambachtelijke orgels, piano’s en tamtams;
  • FAS (First and Second) voor topkwaliteit: zo goed als vrij van hart en andere gebreken.

Herkomst
Ayous en Wawa zijn de commerciële namen voor de botanische soort Triplochiton scleroxylon K. Schum. Die behoort tot de familie van de Sterculaceae en komt uit tropisch Centraal- en West-Afrika. Deze soort heeft vele varianten zoals Samba uit Ivoorkust en Obéché uit Nigeria. Toch beperkt de invoer in België zich tot Ayous uit Kameroen en Wawa uit Ghana.

Uitzicht
De Ayous of Wawa is een boom van de opperetage: zijn kruin reikt soms meer dan 50 meter hoog – boven de andere bomen. De stam wordt maximaal 25 meter lang en is recht, maar zelden cilindrisch. De diameter varieert van 90 tot 150 of zelfs 200 cm. De smalle wortelaanlopen zijn 6 tot 8 meter hoog. Typisch zijn de tot 1 cm brede wormgaten of mulots.

Kleur en tekening
Het kernhout is bleek en niet te onderscheiden van het spinthout. Ayous is iets uniformer wit – soms met bruine of grijze vaten – dan Wawa, en heeft een relatief meer gesloten nerf. Wawa neigt wat meer naar het grijs en heeft een meer uitgesproken kleurvariatie. Het hout heeft een rechte draad tot een kruisdraad. Op kwartier gezaagd vertoont het lichte strepen. De nerf is matig grof tot grof.

Duurzaamheid
Het kernhout (en spinthout) is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V). Een preventieve behandeling volgens procedé A.1 is ten zeerste aanbevolen.

Droging en vochtgehalte
Ayous en Wawa drogen gemakkelijk met weinig risico op scheuren of vervormingen. Door het hout na het zagen meteen op latten te stapelen voorkomt u verkleuring door blauwschimmels.

Bewerking
Ayous en Wawa zijn gemakkelijk bewerkbaar, zowel machinaal als met de hand.

Afwerking
De afwerking van Ayous of Wawa is gemakkelijk. Met scherp gereedschap maakt u het oppervlak probleemloos glad. Daarbij is een poriënvuller aangewezen. Spijkers en schroeven dringen vlot in het hout, maar houden matig. Lijmen gaat dan weer goed.

Toepassingen

  • divers binnenschrijnwerk;
  • wanden en plafonds;
  • binnendeuren;
  • (gekleurde) meubelen (vooral Ayous);
  • sauna’s (vooral Ayous)
  • (kader)lijsten (vooral Ayous);
  • multiplex;
  • carrosseriebouw;
  • orgels, piano’s, tamtams;
  • fineer.
Ayous / Wawa
Gemiddelde volumieke massa* 400 kg/m³***
Radiale krimp 60 tot 30% r.v.** 0,3%
90 tot 60% r.v.** 0,5%
Tangentiële krimp 60 tot 30% r.v.** 0,7%
90 tot 60% r.v.** 0,9%
Werken 60 tot 30% r.v.** 1%
90 tot 60% r.v.** 1,4%
Buigsterkte 57 N/mm²
Elasticiteitsmodulus 7.000 N/mm²
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) 29 N/mm²
Schuifsterkte 3,6 N/mm²
Hardheid (Janka) – Langs 1900 N

 

* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte / *** ter indicatie van de gemiddelde densiteit, die bij Ayous iets hoger is dan bij Wawa

Sapin
  • zeer duurzaam en uitzonderlijk stabiel hout uit Midden- en West-Afrika;
  • fraai koraalrood tot paarsbruin kernhout, crèmekleurige spint;
  • heel geschikt voor hoogwaardige toepassingen zoals buitenschrijnwerk;
  • in België altijd ingevoerd als ruw gezaagd hout van topkwaliteit FAS (First & Second);
  • zeer zuivere metallische resonantie: ideaal voor muziekinstrumenten.

Herkomst
Afrikaans padoek is de commerciële naam voor de botanische soort Pterocarpus soyauxii Taub., en komt voor in Midden- en West-Afrika. Deze lichtboomsoort komt solitair voor in het altijd groene tropische regenwoud. De wind verspreidt zijn gevleugelde zaadjes. Hij verjongt zich gemakkelijk en natuurlijk. Zijn optimale groeigebied is Gabon en Kameroen.

Uitzicht
De bomen worden zo’n 50 meter hoog – waarvan de eerste 30 meter takkenvrij zijn. De schors scheidt roodachtige stoffen af. De kruin is sterk vertakt. Typisch voor deze boom zijn de zeer smalle (5 à 7 cm) aanloopwortels, die wel tot 6 meter hoog kunnen worden.

Kleur en tekening
Het kernhout van Afrikaans padoek is fraai koraalrood tot paarsbruin. Het wordt dan ook gebruikt als kleurstof in o.a. de textielnijverheid. Zonder afwerking verkleurt het door licht snel tot bruin. Het spinthout heeft een crèmekleur.
De kleur van het kernhout verschilt van locatie tot locatie. In het optimale groeigebied is ze koraalrood met zwarte strepen (Gabon) of homogeen rood in Kameroen. Aan de rand van het groeigebied (Congo, Congo-Brazaville) krijgt het kernhout lelijke witte vlekken. Maar dat verandert niets aan de duurzaamheid of mechanische eigenschappen.
De nerf is matig fijn, en soms komt er kruisdraad voor. Maar meestal heeft het hout een vrij gelijkmatige structuur.

Duurzaamheid
Het kernhout van Afrikaans padoek is zeer duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse I), het spint niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V).

Droging en vochtgehalte
De houtpartijen komen shipping dry binnen. Droog het voorzichtig om droogscheuren te voorkomen, maar om vervorming hoeft u zich niet echt zorgen te maken.

Bewerking
U bewerkt Afrikaans padoek gemakkelijk machinaal en met de hand. Ga inspringsel bij schaven van kruisdradig hout tegen met een bewerkingshoek van 20°. Vooral grotere afmetingen zijn splijtbaar. Het houtstof werkt irriterend: organiseer dus goede stofafzuiging. Boor ook best voor.

Afwerking
De uitharding van afwerkingsproducten op basis van alkydharsen geeft soms plaatselijk problemen. Op voorhand ontvetten met alcohol of thinner helpt meestal. Watergedragen producten (acrylaten) kunnen een oplossing bieden.
Afrikaans padoek verkleurt door licht, dus de oppervlakteafwerking moet snel gaan. Los daarvan gaat de afwerking goed: de producten hiervoor worden meestal prima opgenomen.

Toepassingen

  • buitenschrijnwerk (ramen, deuren, …);
  • gevelbekledingen;
  • tuinmeubels;
  • terrassen;
  • binnenschrijnwerk;
  • meubelen;
  • lijsten;
  • vloeren;
  • fineer;
  • houten sculpturen;
  • draaiwerk;
  • muziekinstrumenten (orgels, piano’s, …).
Afrikaans padoek
Gemiddelde volumieke massa* 750 kg/m³
Radiale krimp van 60-30% r.v. 0,4%
van 90-60% r.v. 0,3%
Tangentiale krimp van 60-30% r.v. 0,5%
van 90-60% r.v. 0,5%
Werken van 60-30% r.v. 0,9%
van 90-60% r.v. 0,8%
Buigsterkte 121 N/mm²
Elasticiteitsmodulus 13.000 N/mm²
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) 63 N/mm²
Schuifsterkte 12,2 N/mm²
Hardheid (Janka) – Kops n.a.
Hardheid (Janka) – Langs 6.860 N

* bij 15% houtvochtgehalte

Sapin
  • matig duurzaam hout uit Midden- en West-Afrika;
  • roodachtig bruin kernhout met vaak goudglans, rozegrijs spint;
  • zeer gegeerd voor binnenhuisinrichting;
  • in België topkwaliteit FAS (First and Second), zo goed als vrij van spint, hart en andere gebreken;
  • heel decoratieve tekening op kwartier én dosse.

Herkomst
Sapelli is de commerciële naam voor de botanische soort Entandrophragma cylindricum Sprague en behoort tot de familie van de Meliaceae. Het komt voor in het permanent groene tropische regenwoud van haast alle landen in Midden- en West-Afrika (o.a. Ivoorkust, Ghana, Nigeria, Kameroen, Centraal-Afrikaanse Republiek, RD Congo, Congo-Brazzaville).

Uitzicht
Deze bomen worden 40 tot 50 meter hoog, en hebben een diameter van 70 tot 120 cm. De rechte, takvrije, cilindrische stam is 15 tot 20 meter lang. Aan de voet van de stam vindt u vaak kleine plankwortels.

Kleur en tekening
Het kernhout van sapelli heeft een roodachtig bruine kleur en vaak een gouden glans. Het spint is rozegrijs. De kenmerkende kruisdraad is soms onregelmatig. Zo krijgt het kwartierse hout zijn typische brede strepentekening van donkere en lichte banden. Op dosse heeft het hout een decoratieve vlamtekening. De nerf is matig fijn.

Duurzaamheid
Het kernhout van Sapelli is matig duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse III), het spint is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V).

Droging en vochtgehalte
Opgelet met het drogen van Sapelli: het kruisdradige hout ontwikkelt droogspanningen. Las dus genoeg tijd in tussen het drogen en de machinale verwerking. Zo hebt u minder kans op vervormingen.

Bewerking
Sapelli is goed bewerkbaar, zowel machinaal als met handgereedschap. Schaaf en frees het onder een kleine snijhoek om uitspringende vezels (cf. kruisdraad) te voorkomen.

Afwerking en bevestiging
Sapelli laat zich goed afwerken, zowel met watergedragen als oplosmiddelhoudende beitsen, verven of vernissen. Het is gemakkelijk te spijkeren en te schroeven. In contact met ijzer komen er wel soms blauwgrijze vlekken voor.

Toepassingen

  • parket en plankenvloeren;
  • binnenschrijnwerk;
  • buitenschrijnwerk (ramen, deuren, jachtbouw);
  • lambriseringen;
  • schroten voor wanden en plafonds;
  • binnendeuren;
  • trappen;
  • meubelen;
  • jachtbouw;
  • draaiwerk;
  • piano- en orgelbouw;
  • snijfineer;
  • multiplex.
Sapelli
Gemiddelde volumieke massa* 650 kg/m³
Buigsterkte 105 N/mm²
Elasticiteitsmodulus 12.000 N/mm²
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) 56 N/mm²
Schuifsterkte 15,7 N/mm²
Hardheid (Janka) – Kops n.a.
Hardheid (Janka) – Langs 6.700 N

* bij 15% houtvochtgehalte

Sapin
  • fraai, bruinachtig rood hout uit Midden- en West-Afrika;
  • vertoont op dosse vaak paarsachtige vlammentekening door parenchymweefsel;
  • geschikt voor buiten- en binnentoepassingen, maar niet voor water- of grondcontact;
  • in België alleen topkwaliteit FAS (First and Second): zo goed als vrij van spint, hart en andere gebreken;
  • gemakkelijk te spijkeren en schroeven, maar contact met ijzer veroorzaakt soms blauwgrijze vlekken.

Herkomst
Sipo is de commerciële naam voor de botanische soort Entandrophragma utile Sprague, en behoort tot de familie van de Meliaceae. Het komt voor in het altijdgroene tropische regenwoud van zowat alle landen in Midden- en West-Afrika (Ivoorkust, Ghana, Nigeria, Kameroen, de Centraal-Afrikaanse Republiek, RD Congo, Congo-Brazaville).

Uitzicht
De boom wordt maximaal 60 meter hoog. Boven de wortelaanzet heeft hij een diameter tussen 70 en 130 centimeter. De rechte, takvrije, cilindrische stam is 10 tot 30 meter lang.

Kleur en tekening
Het kernhout van Sipo is bruinachtig rood, en kleurt goudbruin door zonlicht. Het spinthout is rozegrijs. Het kwartierse vlak is lichtjes gestreept, met afwisselend donkere en lichte banden. Dat komt door de kruisdraad of onregelmatige draad. Maar bij sipo is dat veel minder dan bij bijvoorbeeld Sapelli, dat dan ook minder stabiel is. Op dosse ziet u vaak een paarsachtige vlamtekening door parenchymweefsel. De nerf is matig tot fijn.

Duurzaamheid
Het kernhout van sipo is matig duurzaam tot duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse II-III). Het spinthout daarentegen is niet duurzaam (natuurlijke duurzaamheidsklasse V).

Droging en vochtgehalte
Let op met het drogen van sipo en wacht lang genoeg voor machinale verwerking om spanningen te verminderen.

Bewerking
Sipo is goed te bewerken, zowel machinaal als met de hand. Onregelmatig draadverloop? Gebruik dan een kleine snijhoek om het oppervlak goed glad te krijgen.

Afwerking
Sipo laat zich goed afwerken. Gebruik wel een poriënvuller voor een glad resultaat.

Toepassingen

  • buitenschrijnwerk (ramen & deuren);
  • parket en plankenvloeren;
  • binnenschrijnwerk;
  • lambriseringen;
  • wanden en plafonds;
  • binnendeuren;
  • trappen;
  • meubelen;
  • jachtbouw;
  • draaiwerk;
  • snijfineer.
Sipo
Gemiddelde volumieke massa* 650 kg/m³
Radiale krimp 60 tot 30% r.v.** 0,8%
90 tot 60% r.v.** 0,9%
Tangentiële krimp 60 tot 30% r.v.** 0,8%
90 tot 60% r.v.** 1,1%
Werken 60 tot 30% r.v.** 1,6%
90 tot 60% r.v.** 2%
Buigsterkte 89 N/mm²
Elasticiteitsmodulus 11.000 N/mm²
Druksterkte (evenwijdig met de vezel) 58 N/mm²
Schuifsterkte 14,9 N/mm²
Hardheid (Janka) – Kops n.a.
Hardheid (Janka) – Langs 5.600 N

* bij houtvochtgehalte van 15 procent / ** relatief luchtvochtgehalte

Dit zijn de klassen aanduiding die wij gebruikt voor eikenhout.

Klasse C/D (robuste rustieke kwaliteit)
Noesten en pitjes onbeperkt aanwezig, inclusief open noesten.
Kleurverschillen aanwezig.
Spint hout, maximaal 10%.
Kopsekantscheurtjes aanwezig.
Spiegels aanwezig.
Waterdroogplekken aanwezig

Klasse B (rustieke kwaliteit)
Noesten tot 5 cm aanwezig, per plank minder dan in Klasse C/D.
Kleurverschillen aanwezig, maar in mindere mate dan in klasse C/D.
Spint hout niet toegestaan.
Kopsekantscheurtjes aanwezig tot max. 250mm
Spiegels aanwezig.
Waterdroogplekken aanwezig.

Klasse A/B (licht rustieke kwaliteit)
Noesten tot 2,5 cm toegestaan
Kleurverschillen aanwezig, maar in mindere mate dan in klasse B.
Spint hout niet toegestaan.
Kopsekantscheurtjes aanwezig tot max. 150mm
Waterdroogplekken aanwezig, maar in mindere mate dan in klasse B.

Klasse A 
Noesten tot 1,5 cm toegestaan.
Kleurverschillen aanwezig, maar in mindere mate dan in klasse A/B
Spint hout niet toegestaan.
Kopsekantscheurtjes aanwezig tot max. 100mm
Spiegels aanwezig.
Waterdroogplekken aanwezig, maar in mindere mate dan in klasse A/B.

Klasse 1-Bis
Noesten niet toegestaan, wel pitjes en kattepootjes.
Kleurverschillen aanwezig, maar in mindere mate dan in klasse A.
Spint hout niet toegestaan.
Kopsekantscheurtjes aanwezig tot max. 70mm
Spiegels aanwezig.
Waterdroogplekken niet toegestaan.

Klasse Premier
Noesten niet toegestaan, pitje en kattepootjes ook niet toegestaan.
Kleurverschillen aanwezig, maar in mindere mate dan in Klasse 1-Bis.
Spint hout niet toegestaan.
Kopsekantscheurtjes aanwezig tot max. 50mm
Spiegels aanwezig.
Waterdroogplekken niet toegestaan.

CARDEIRO (Scleronema spp.)

HANDELSNAAM

Cardeiro

WETENSCHAPPELIJKE NAAM

Scleronema spp.

FAMILIE

BOMBACACEAE

ALGEMENE NAMEN

Cardeiro; Cedro-Branco (Brazilië); Castanha-De-Macaco (Brazilië); Caraúba (Brazilië)

BESCHRIJVING VAN DE BOOM

NATUURLIJKE HABITAT

Scleronema bomen zijn te vinden in niet-overstroombare gebieden van de Amazonia, op terra firme bossen.

NATUURLIJKE VERSPREIDING

Scleronema-bomen worden naar verluidt verspreid in het Amazonebekken in Brazilië.

BASISDICHTHEID OF SOORTELIJK GEWICHT (O.D. GEWICHT/VOL. GROEN) (G/CM³)

0.65

LUCHTDROOGDICHTHEID (GEWICHT EN VOLUME BIJ 12%MC) (G/CM³)

0.72

TOTALE KRIMP TANGENTIAAL (VERZADIGD TOT 0%MC) (%)

10.0

TOTALE KRIMP RADIAAL (VERZADIGD TOT 0%MC) (%)

5.4

DROOGDEFECTEN

Gemak van drogen: Luchtkruiden zijn naar verluidt matig. Droogdefecten: Buigen en kromtrekken worden gemeld.

DIMENSIONALE STABILITEITSVERHOUDING (TOTALE TANGENTIËLE KRIMP %/TOTALE RADIALE KRIMP %)

1.9

TOEPASSINGEN WAARNAAR WORDT VERWEZEN

SAMENVATTING VAN EINDGEBRUIK

HUISVESTING ALGEMEEN, planken, kozijnen, treden, lambrisering, MEUBELS EN KASTEN, gemeenschappelijk meubilair, MULTIPLEX EN FINEER, kernen, gemeenschappelijke fineer, VERPAKKING, lichte verpakking, pallets, SCHEEPSBOUW, bootdek, ANDERE EN MUZIEKINSTRUMENTEN, handwerk, deurkern, lijstwerk

Bron is: houtinfobois

Heeft u een vraag?
Bekijk dan onze meest gestelde vragen!

Je gebruikt een verouderde webbrowser

Deze website maakt gebruik van moderne technieken die niet worden ondersteund door jouw webbrowser. Update mijn webbrowser

×